De Wet toekomst pensioenen (Wtp) verandert niet alleen de pensioenregeling van de klant, maar ook de uitgangspunten van je hypotheek- en risicoadvies. Dit artikel gaat over de adviespraktijk; voor de overgang per pensioenfonds zie het artikel over de Wtp-overgang (k45).
Waar staan we (oktober 2026)?
- Pensioenfondsen, sociale partners en werkgevers moeten hun regelingen uiterlijk 1 januari 2028 hebben omgezet; de oorspronkelijke datum van 1 januari 2027 is verschoven.
- Een deel van de fondsen is al ingevaren, een ander deel volgt in 2027. Bij klanten met meerdere werkgevers kunnen oude en nieuwe regelingen dus naast elkaar bestaan.
- Het bedrag ineens (maximaal 10% van het ouderdomspensioen op de pensioendatum opnemen) is in juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen en gaat volgens de rijksoverheid in op 1 januari 2029.
Wat verandert er inhoudelijk?
- Ouderdomspensioen: in de nieuwe premieregelingen is de uitkomst minder zeker dan in een uitkeringsregeling. Het pensioen kan meebewegen met beleggingsresultaten, ook na de pensioendatum.
- Partnerpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum: standaard op risicobasis en maximaal 50% van het pensioengevend salaris. De AFM constateerde in mei 2026 dat bij verzekerde regelingen het niveau vaak (ruim) onder dat maximum ligt.
- Risicobasis betekent: de dekking stopt als de deelnemer uit dienst gaat en niet meer deelneemt (in de regel met een korte uitloopperiode volgens de regeling). Bij een baanwissel, werkloosheid of start als zzp'er kan het partnerpensioen dus wegvallen.
Gevolgen voor je advies
- ORV: het tekort bij overlijden kan na invaren groter of kleiner zijn dan voorheen. Herbereken het bij elke nazorgafspraak en zeker na een baanwissel.
- Ondernemerschap: wie van loondienst naar zelfstandig gaat, verliest het partnerpensioen op risicobasis. Neem dat mee in het advies over overlijdensrisico.
- Betaalbaarheid na pensionering: de AFM verwacht dat je de betaalbaarheid na de AOW-datum bespreekt. Gebruik de actuele opgave via mijnpensioenoverzicht.nl en wees open over de onzekerheid van een premieregeling. Reken bij twijfel ook met een lager pensioen.
- Bedrag ineens: klanten vragen of ze het bedrag ineens kunnen gebruiken om af te lossen. Wijs erop dat de opname belast is in het jaar van opname, het jaarlijkse pensioen verlaagt en pas vanaf 2029 mogelijk is.
Stappen in het adviesgesprek
- Vraag per werkgever of het fonds of de verzekeraar al is ingevaren en noteer de datum.
- Haal een actueel pensioenoverzicht op (niet ouder dan drie maanden als je het voor toetsing gebruikt).
- Stel per partner vast wat het partnerpensioen is bij overlijden vóór en na de pensioendatum, en wat er gebeurt bij uitdiensttreding.
- Herbereken het tekort bij overlijden en bij pensionering en bespreek de uitkomst met beide partners.
- Spreek af wanneer je opnieuw kijkt: na invaren, bij een baanwissel en bij de overstap naar ondernemerschap.
Aandachtspunten zorgplicht
- Vertrouw niet op een pensioenopgave van vóór het invaren voor risicoadvies.
- Leg uit wat risicobasis betekent; veel klanten denken dat het partnerpensioen altijd doorloopt.
- Geef geen pensioenadvies zonder de juiste vakbekwaamheid; verwijs anders door en leg dat vast.
Vastleggen in het dossier
- Pensioenoverzicht met datum, status invaren per regeling.
- Berekening tekort bij overlijden per partner, met en zonder partnerpensioen.
- Afspraken over herbeoordeling en de signalering daarvan in het CRM.
Let op
Concept. Termijnen en de invoeringsdatum van het bedrag ineens zijn gecontroleerd op de genoemde bronnen (oktober 2026). Regelingen verschillen per fonds; de regeling van de klant is leidend.
Bronnen en links
- Rijksoverheid: overgang naar het nieuwe pensioenstelsel
- Rijksoverheid: wat verandert er in het nabestaandenpensioen?
- AFM: partnerpensioen zelden maximaal bij verzekerde regelingen in nieuwe stelsel (mei 2026)
- Rijksoverheid: Eerste Kamer stemt in met bedrag ineens (juni 2026)
- DNB: Wet toekomst pensioenen
- Rekentool: restschuld bij pensioen