Met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel krijgen meer klanten te maken met een persoonlijk pensioenvermogen dat meebeweegt met de markt. Kifid-uitspraken over premieregelingen laten zien waar de grens ligt tussen normaal beleggingsrisico en tekortschieten van de uitvoerder of adviseur.
Uitspraak 2025-0145 (Geschillencommissie, 19 februari 2025)
- Feiten: een deelnemer klaagde over de manier waarop zijn pensioenuitvoerder had belegd, met name de afdekking van het renterisico in aanloop naar de pensioendatum.
- Oordeel: geen aanwijzingen dat niet volgens de prudent person-regel was belegd. Wel was de informatie over de werking van het fonds voor renteafdekking onvolledig. Omdat niet aannemelijk was dat de deelnemer bij volledige informatie een ander risicoprofiel had gekozen, werd de vordering afgewezen.
Uitspraak 2026-0150 (Geschillencommissie, 13 februari 2026)
- Feiten: het pensioenkapitaal daalde in de twee jaar vóór de pensioendatum met meer dan 25 procent. De deelnemer vond dat de lifecycle en de matchingfondsen onvoldoende rekening hielden met grote renteschokken.
- Oordeel: geen strijd met de prudent person-regel. De commissie wees erop dat eerdere uitspraken van de Geschillencommissie en de Commissie van Beroep deze manier van renteafdekking al toelaatbaar vonden. Vordering afgewezen.
Uitspraak 2026-0107 (Geschillencommissie, 3 februari 2026): waardeoverdracht
- Feiten: tijdens een waardeoverdracht daalden de beleggingen in korte tijd met ongeveer 12 procent door beursontwikkelingen.
- Oordeel: de uitvoerder had binnen de wettelijke termijn na instemming van de deelnemer verkocht en overgedragen. Het beleggingsrisico ligt tijdens de hele overdrachtsperiode bij de deelnemer. Vordering afgewezen.
- Les: wie een klant adviseert over waardeoverdracht, wijst op het marktrisico tijdens de overdracht.
Tussenuitspraak 2025-0162A (Geschillencommissie, 25 februari 2025)
- Feiten: een consument had een pensioenverzekering op beleggingsbasis. De financiële dienstverlener trad daarbij op als bemiddelaar en adviseur.
- Oordeel: de commissie beoordeelde of de dienstverlener zijn bijzondere zorgplicht had geschonden door niet te waarschuwen voor de risico's van een beleggingspensioen bij dalende rente en door de belangen van de klant tijdens de looptijd niet te bewaken. Zij concludeerde dat de dienstverlener tekortschoot. Het gaat om een tussenuitspraak; de einduitkomst over de schade is niet in deze bron bevestigd.
- Les: wie adviseert over een beleggingspensioen, moet de rente- en beleggingsrisico's uitleggen en tijdens de looptijd blijven volgen.
Wat leg je vast
- De uitleg over het verschil tussen het opgebouwde kapitaal en de uiteindelijke uitkering, en het effect van rente op de inkoop.
- Het gekozen risicoprofiel en de afweging daarachter, ook bij een standaard lifecycle.
- Bij waardeoverdracht of shoppen: de voor- en nadelen, de termijnen en het marktrisico tijdens de overdracht.
- Bij de overgang naar de Wtp: welke informatie de klant van de uitvoerder heeft ontvangen en wat je hebt toegelicht.