Naar de inhoud
ADVIESFORUM
Voor en door financieel adviseurs

Pensioen en lijfrente: UPO onder de Wtp, bedrag ineens 2029 en lijfrenteregels

Pensioen & vermogen · Gepubliceerd 3 oktober 2026 · Herzien vóór 2 april 2027

Concept – nog niet gecontroleerd door compliance

Voor hypotheekadvies rond en na pensioen is het pensioenoverzicht een belangrijke bron. SEH volgde de nieuwe UPO-modellen, de wet over het bedrag ineens en een reeks lijfrentevragen. Zie ook de bestaande pensioenartikelen in de kennisbank.

Wtp en het UPO

  • De Wet toekomst pensioenen (Wtp) ging in op 1 juli 2023. Pensioenuitvoerders hebben tot 1 januari 2028 om over te stappen.
  • Er zijn twee UPO-modellen: één voor regelingen die nog niet zijn overgegaan en één voor Wtp-regelingen.
  • In het Wtp-model verdwijnt de factor A. Voor de jaarruimte telt bij een Wtp-regeling alleen de betaalde premie mee, niet langer een berekening met factor A.
  • Nieuw is een blok over wanneer de deelnemer in actie moet komen.
  • Het verwachte pensioen heet steeds uitdrukkelijk een schatting, omdat de uitkering onder de Wtp minder zeker is dan bijvoorbeeld bij een eindloonregeling.
  • TUPO: een transitievariant van het UPO (de T staat voor transitie), goedgekeurd op 19 februari 2025, waarmee fondsen deelnemers informeren over de gevolgen van de overgang.

Bedrag ineens per 1 januari 2029

De Eerste Kamer heeft de Wet herziening bedrag ineens aangenomen. Vanaf 1 januari 2029 kan een gepensioneerde maximaal 10% van het opgebouwde ouderdomspensioen (of een lijfrente) in één keer laten uitbetalen. Het bedrag is belast, maar er wordt geen revisierente geheven. Het kan bijvoorbeeld worden gebruikt om hypotheekschuld af te lossen. Let op: de hogere belasting in het opnamejaar en de lagere uitkering daarna.

Lijfrenten

  • Uiterste ingangsdatum: vanaf 2026 moeten zowel verzekerde als bancaire lijfrenten uiterlijk ingaan op 31 december van het jaar waarin de klant de AOW-leeftijd plus vijf jaar bereikt, met de eerste uitkering in dat jaar.
  • Overbruggingslijfrente: bedoeld om de periode tussen stoppen met werken en pensioen of AOW te overbruggen. Nieuwe zijn sinds 2006 niet meer mogelijk; bestaande (premies betaald voor 1 januari 2006) vallen onder overgangsrecht. Hoofdregel: de uitkering stopt niet eerder dan in het jaar waarin 65 jaar of de AOW-leeftijd wordt bereikt of pensioen ingaat. Verlengen mag niet; kiest de klant toch een langere looptijd, dan volgt directe belastingheffing over het restant plus revisierente.
  • Kennisgroep (januari 2025): een ingegane oudedagslijfrente kan nog worden omgezet in een uitgestelde lijfrente. Er verscheen ook een overzicht van de fiscale gevolgen van scheiding voor lijfrenten en een geactualiseerd verzamelbesluit lijfrenten.
  • Zvw-bijdrage: er loopt al lang een discussie dat lijfrentepremies wel aftrekbaar zijn maar het inkomen voor de Zvw-bijdrage niet verlagen, terwijl de uitkering later wel met Zvw-bijdrage wordt belast.

Wat betekent dit voor je advies

  • Lees het (T)UPO van de klant goed: onder de Wtp is het pensioen een schatting; reken bij hypotheekadvies na pensioendatum met een voorzichtig scenario.
  • Bespreek het bedrag ineens alleen als optie vanaf 2029 en reken het netto-effect door.
  • Controleer bij bestaande lijfrenten de uiterste ingangsdatum en of een overbruggingslijfrente onder overgangsrecht valt.

Bronnen en links

Open in het forum

Specialist in dit onderwerp?

Claim dit artikel als Kennispartner van het Adviesforum: je naam en kantoor staan dan bij het artikel en je krijgt een badge voor je website en LinkedIn.

Collegiale kennisdeling tussen financieel adviseurs, geen advies aan klanten of consumenten. Controleer altijd de actuele bron voordat je iets in een dossier gebruikt.