Een veelgestelde vraag in het planningsgesprek: wat kan ik het beste doen met mijn spaargeld of maandelijkse ruimte? Extra aflossen, sparen of beleggen hebben elk hun eigen effect op lasten, risico en flexibiliteit. Er is geen standaardantwoord; het hangt af van de doelen van de klant.
Extra aflossen
Voordelen:
- Lagere schuld en dus lagere rentelast, met een zeker rendement gelijk aan de netto rente.
- Kleiner risico op een restschuld bij waardedaling of verkoop.
- Lagere woonlasten richting pensioen.
Nadelen:
- Het geld zit vast in de woning en is alleen terug te krijgen door opnieuw te lenen, wat niet altijd mogelijk is.
- Minder renteaftrek; bij een lage of afgeloste eigenwoningschuld speelt de afbouw van de Wet Hillen.
- Bij boetevrije aflossingsruimte gelden de voorwaarden van de geldverstrekker.
Sparen
- Flexibel en direct beschikbaar, geschikt voor de buffer en voor doelen op korte termijn.
- Het saldo valt in box 3; de heffing hangt af van de regels van dat jaar.
- Het netto rendement is vaak lager dan de netto hypotheekrente. Dan kost sparen in plaats van aflossen geld, maar het levert flexibiliteit op.
Beleggen
- Hoger verwacht rendement op lange termijn, maar met risico op tijdelijke of blijvende verliezen.
- Past alleen bij een voldoende lange horizon en een risicoprofiel dat dat aankan.
- Ook beleggingen vallen in box 3, tenzij ze in een fiscaal gefaciliteerde vorm zitten zoals lijfrente of pensioen.
- Beleggen met als doel om later af te lossen vraagt een duidelijk plan voor wat er gebeurt als het rendement tegenvalt.
Box 3 in de afweging
Box 3 is de afgelopen jaren meermaals gewijzigd en de wetgever werkt aan een stelsel dat dichter bij het werkelijke rendement ligt. Gebruik daarom geen vaste aannames voor de box 3-heffing over lange periodes, maar reken met de actuele regels en benoem de onzekerheid. Let ook op het heffingvrij vermogen en op schulden die in box 3 vallen, zoals het deel van een hypotheek dat niet tot de eigenwoningschuld behoort.
Afwegingskader in het gesprek
- Is er een voldoende buffer? Zo niet: eerst sparen.
- Zijn er dure schulden zoals consumptief krediet? Die gaan meestal voor.
- Welk doel heeft de klant: lagere lasten na pensioen, eerder stoppen met werken, kinderen ondersteunen, verduurzamen?
- Welke horizon en risicobereidheid horen daarbij?
- Wat is het netto effect van aflossen tegenover sparen of beleggen, met realistische aannames?
- Hoe belangrijk is flexibiliteit voor deze klant?
Praktische aandachtspunten
- Mix is vaak verstandig: buffer op een spaarrekening, gericht aflossen op het duurste leningdeel en eventueel beleggen voor de lange termijn.
- Aflossen op een leningdeel met overgangsrecht kan andere gevolgen hebben dan aflossen op een nieuw leningdeel; controleer welke rechten verloren gaan.
- Adviseer je over beleggen, dan gelden aanvullende eisen aan bevoegdheid en het inwinnen van informatie over kennis, ervaring en risicobereidheid.
Vastleggen in het dossier
- Het doel van de vermogensopbouw en de horizon.
- De vergelijking van de alternatieven met de gebruikte aannames.
- De gekozen verdeling en de motivering.
Let op
Concept. De box 3-regels, het heffingvrij vermogen en de tarieven wijzigen regelmatig. Controleer de actuele regels bij de Belastingdienst en de voorwaarden van de geldverstrekker over boetevrij aflossen.