Het overlijdensrisico is een vast onderdeel van een hypotheekadvies. Twee recente uitspraken laten zien hoe groot de gevolgen zijn als dit risico niet (opnieuw) wordt besproken.
Uitspraak 2025-0635 (Geschillencommissie, bindend advies, augustus 2025)
- Feiten: bij een nieuwe hypotheek gaf de adviseur aan dat alles geregeld was en dat de consumenten via een verzekeringspakket premie zouden betalen voor een overlijdensrisicoverzekering, zoals bij hun vorige hypotheek. De adviseur wist van de bestaande verzekering en dat de klanten die wilden behouden, maar een nieuwe dekking werd niet geregeld. Daarna kreeg een van de klanten een ernstige diagnose, waardoor een nieuwe verzekering voorlopig niet meer mogelijk is.
- Oordeel: de adviseur schond op meerdere punten zijn zorgplicht. Het was zijn taak de wensen rond het overlijdensrisico te inventariseren en op de risico's te wijzen. De vordering werd deels toegewezen (volgens de zoekresultaten circa € 28.748). Een deel van de schadeclaim kon (nog) niet worden toegewezen omdat onzeker was of een verzekering ooit tot uitkering zou leiden; wel stelde de commissie vast dat de adviseur aansprakelijk is voor toekomstige schade bij overlijden tijdens de looptijd.
- Les: als een bestaande ORV vervalt door oversluiten of verhuizen, moet je actief regelen of adviseren over nieuwe dekking. "Alles is geregeld" zeggen zonder het te controleren is riskant.
Uitspraak 2023-0898 (Geschillencommissie, niet-bindend advies, november 2023)
- Feiten: bij een woningaankoop in 2016 adviseerde de adviseur geen overlijdensrisicoverzekering. In 2020 was er opnieuw contact; de klant en haar partner waren inmiddels getrouwd. In 2021 overleed de partner. Er was geen dekking.
- Oordeel: de adviseur schond zijn waarschuwingsplicht door in het gesprek van 2020 niet te wijzen op de gewijzigde situatie, waardoor een ORV juist toen raadzaam was. De vordering werd deels toegewezen tot € 156.000. De adviseur had gekozen voor niet-bindend advies.
- Les: elk nieuw contactmoment is ook een moment om de risico's opnieuw te toetsen. Gezinsuitbreiding, huwelijk of samenwonen veranderen de situatie bij overlijden.
Wat leg je vast
- De berekende financiële gevolgen bij overlijden van elk van de partners, met en zonder ORV.
- Het advies over hoogte, looptijd en vorm van de dekking, en de keuze van de klant (ook als die afziet van dekking: afwijkend advies vastleggen).
- Bij oversluiten: wat er gebeurt met bestaande verzekeringen en of nieuwe dekking daadwerkelijk is ingegaan (polis gecontroleerd).
- Bij latere contacten: dat je naar gewijzigde gezinsomstandigheden hebt gevraagd en wat je hebt geadviseerd.
Twijfelpunt: het bedrag van € 28.748 bij 2025-0635 komt uit de samenvatting van zoekresultaten; controleer in de uitspraak.