Een fraudeverdenking heeft grote gevolgen voor je klant: afwijzing van de claim, opzegging van alle polissen en registratie in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister, soms voor acht jaar. Daarna is verzekeren elders lastig. Kifid toetst streng of de verzekeraar de fraude kan bewijzen en of de maatregelen in verhouding staan.
Uitspraak 2025-0199 (Geschillencommissie, 11 maart 2025)
- Feiten: de verzekeraar stelde dat de consument de diefstal van zijn auto in scène had gezet. Er was uitgebreid technisch onderzoek naar sleutels en voertuig gedaan.
- Oordeel: sommige onregelmatigheden waren opvallend, maar geen overtuigend bewijs van fraude. De consument had de bevindingen gemotiveerd betwist en zelf een deskundigenrapport ingebracht. De verzekeraar moest de registraties in onder meer het EVR, het Incidentenregister en de interne registers verwijderen, de melding bij het CBV intrekken, en mocht geen onderzoekskosten verhalen. De opzegging van de polissen was onterecht.
- Les: de bewijslast voor fraude ligt bij de verzekeraar. Een klant die een onderbouwd tegenrapport laat maken, staat sterker.
Uitspraak 2026-0294 (Geschillencommissie, 27 maart 2026)
- Feiten: bij een autoschade bleek dat de schade al kort vóór de registratie op naam van de consument was getaxeerd en dat het voertuig volgens het bergingsbedrijf al maanden met niet-verse schade stond.
- Oordeel: voldoende vast kwam te staan dat de consument opzettelijk onjuiste informatie gaf om een uitkering te krijgen. Opzegging en registratie bleven in stand. De commissie benadrukte dat registratie in het Incidentenregister en EVR meer vraagt dan een redelijk vermoeden: er moet ook bewijs zijn. Een registratieduur van vijf jaar vond de commissie hier proportioneel.
Uitspraak 2026-0001 (Geschillencommissie, 2 januari 2026, niet-bindend)
- Feiten: na een inbraak tijdens de vakantie claimde de consument ruim € 13.000. De verzekeraar wees af wegens onvoldoende medewerking en registreerde hem vijf jaar in de interne registers.
- Oordeel: de consument had de vragen die tot het vervolgonderzoek leidden al beantwoord en hoefde daarom niet verder mee te werken. De verzekeraar moest circa € 13.198 betalen. De omschrijving van de registratie moest worden aangepast (geen verwijzing naar schending van de medewerkingsplicht) en de duur werd teruggebracht naar drie jaar.
- Les: de medewerkingsplicht is niet onbeperkt. Help je klant om vragen volledig en tijdig te beantwoorden en bewaar die correspondentie.
Uitspraak 2025-0847 (Geschillencommissie, 27 oktober 2025, niet-bindend)
- Feiten: een rechtsbijstandverzekeraar zegde de polis op tegen de contractvervaldatum, omdat de consument bovengemiddeld vaak een beroep op de verzekering deed.
- Oordeel: een rechtsbijstandverzekeraar die vindt dat een klant te veel claimt, moet de klant eerst duidelijk waarschuwen voor de mogelijke gevolgen, waaronder opzegging. Een eerdere waarschuwing over eigen risico en dekking was niet genoeg. De opzegging was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar; de verzekering moest worden voortgezet. De schadevordering werd afgewezen.
Wat leg je vast en wat doe je als adviseur
- Bij een fraudeverdenking: alle correspondentie met de verzekeraar en de expert, de reacties van de klant en eventuele tegenrapporten.
- Adviseer de klant op de rechten bij registratie: inzage, bezwaar en klacht via de interne procedure en daarna Kifid.
- Bij opzegging door de verzekeraar: vraag naar de reden en naar een eerdere waarschuwing. Leg je advies over alternatieve dekking vast, inclusief de vraag naar opzeggingen op aanvraagformulieren bij een nieuwe verzekeraar.
Twijfelpunt: in het Kifid-nieuws wordt ook een uitspraak (GC 2025-0111) genoemd waarin een verzekeraar de reden van opzegging moest geven. De datum daarvan kon niet worden bevestigd; die uitspraak is daarom niet in dit artikel opgenomen.