Na jaren van stijgende huizenprijzen zitten veel klanten in een te hoge risicoklasse. En bij verhuizen kan de meeneemregeling onverwacht duur uitpakken. Deze uitspraken gaan over geldverstrekkers, maar de lessen zijn direct bruikbaar voor nazorg en advies.
Risico-opslag: wie moet het initiatief nemen?
- 2025-0431 (Geschillencommissie, 2 juni 2025): de geldverstrekker (ASR) had de consumenten voldoende geïnformeerd over de risico-opslag en hoe die omlaag kon. Bij aflossingen past de geldverstrekker de risicoklasse zelf aan, maar bij een gestegen woningwaarde hoeft hij niet uit zichzelf te vragen of de waarde is veranderd. Ook geen plicht tot terugwerkende correctie.
- 2026-0014A (Commissie van Beroep, tussenuitspraak, 29 januari 2026): consumenten betaalden een opslag omdat de executiewaarde bij het afsluiten lager was dan de lening. Anders dan de Geschillencommissie vond de Commissie van Beroep dat de bank hen onder de gegeven omstandigheden beter had moeten informeren over de mogelijkheid om de opslag tijdens de rentevaste periode te laten vervallen. Partijen mochten zich nog uitlaten over de schade (in beroep gevorderd: ruim € 41.000).
- Les: de lijn is dat de klant zelf het initiatief neemt, maar de informatieplicht van de geldverstrekker kan in bijzondere gevallen verder gaan. Hier ligt een duidelijke rol voor de adviseur in de nazorg: een hertaxatie kan direct geld opleveren.
Uitspraken 2025-0310 en 2025-0548: verwachtingen over de opslag
- 2025-0310 (Geschillencommissie, 16 april 2025): de bank (Rabobank) had een lening jarenlang ten onrechte in een te lage risicoklasse geplaatst. Bij een latere aanvraag bleek de oude taxatiewaarde nog in de administratie te staan. De consumenten konden geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan de fout; zij hadden op de website kunnen zien dat zij te weinig opslag betaalden. Vordering afgewezen.
- 2025-0548 (Geschillencommissie, 9 juli 2025): de bank (Rabobank) had in 2019 de opslag verlaagd. De klacht dat de bank in 2020 of 2021 had moeten adviseren om vanwege de lage rente over te sluiten, slaagde niet.
- Les: een geldverstrekker is geen adviseur. Wie nazorg wil, moet die bij een adviseur zoeken. Maak dat onderscheid duidelijk in je dienstverlening.
Meeneemregeling
- 2025-0216 (Geschillencommissie, 18 maart 2025): bij verhuizing kon de consument de oude rente alleen meenemen voor het oorspronkelijke bedrag minus de tussentijdse extra aflossingen. De bank (Rabobank) had de regeling juist uitgelegd en toegepast. Vordering afgewezen.
- 2025-0937 (Geschillencommissie, 24 november 2025): consumenten met twee woningen en dubbele lasten gebruikten de meeneemregeling (SNS). De rente op de oude leningdelen ging daardoor van 2 en 2,55 procent naar 5 procent. De bank mocht dat: de consument had meerdere stukken ondertekend waaruit de gevolgen bleken. Vordering afgewezen.
- Vergelijk k113: in 2025-1025 moest een adviseur wél schade vergoeden omdat hij deze gevolgen van de meeneemregeling niet had uitgelegd. Wat de bank mag, ontslaat de adviseur niet van zijn informatieplicht.
Wat leg je vast
- In je nazorg: de huidige risicoklasse, de geschatte woningwaarde en of een hertaxatie loont.
- Bij verhuizen: de exacte voorwaarden van de meeneemregeling (bedrag, termijn, rente op het achterblijvende deel bij dubbele lasten) en je uitleg daarover.
- Bij afwijzen of niet bespreken van een hertaxatie: de reden.
Bronnen en links
- Kifid 2025-0431 (GC, 2 juni 2025)
- Kifid nieuws: hypotheekverstrekker hoeft risico-opslag niet uit zichzelf te verlagen
- Kifid 2026-0014A (Commissie van Beroep, tussenuitspraak, 29 januari 2026)
- Kifid 2025-0310 (GC, 16 april 2025)
- Kifid 2025-0548 (GC, 9 juli 2025)
- Kifid 2025-0216 (GC, 18 maart 2025)
- Kifid 2025-0937 (GC, 24 november 2025)